Voor Raptim brak er een moeilijke tijd aan. De Duitse bezetter liet aanvankelijk nog wel wat toe, maar de teugels werden steeds strakker aangehaald.
Positief was dat er een nieuwe voetbalgeneratie gekomen was. Jonge kerels waar Raptim nog veel plezier van zou hebben. Zij hadden het voetballen geleerd op de weide bij Kophof. Daar aan de straatkant stonden twee dikke eikenbomen die het ene doel vormden. De keeper werd diegene die het minste verstand van voetballen had en dan ook prompt de schuld kreeg als het eens mis ging….
Om de conditie op peil te houden organiseerde men wedstrijden onder gefingeerde namen om dan de uitslagen die meestal uit de duim gezogen waren, bij van Herpe in de krant te laten zetten. Op de fiets gingen ze helemaal naar Slagharen en later zelfs helemaal naar Dedemsvaart. De huiskamers fungeerde in die tijd als de kleedruimte en de mooie winterappels en de droge worsten in de wiemel bleven vaak niet onaangeroerd!
Door de oorlog was Twente onbereikbaar geworden en werd er nu in de Drentse competitie gespeeld. In 1943 moest Raptim in Schoonoord spelen, met de tram werd de reis aanvaard. Glansrijk won men en uitgelaten steeg men weer in de tram naar Coevorden. Het duurde niet lang of men zong uit volle borst, 'schone' maar verboden liedjes, ze speelden met vuur. Natuurlijk werd het verraden en het bleek dat de liederen liederlijk in de Duitse oren had geklonken. Voor opvoeding naar Duitsland, wegens het zingen va Oranje-liederen heette het officieel. Ger Lankhorst en Herman van der Veen werden in Nordhorn tewerk gesteld, maar de rest ging naar Darmstadt.
Raptim werd direct voor ontbonden verklaard. Gelukkig kwamen ze in juli 1945 weer behouden en gezond terug.
|