27 mei 1946 werd er bij Johannes Ambergen weer een ledenvergadering gehouden. Het bestuur en enkele leden waren hard aan het werk geweest om het zwaar gehavende Raptim, met maar een handje vol leden die weinig hoop en vertrouwen hadden, weer van de grond te krijgen. Die start was echter lang niet zo eenvoudig. Met kunst en vliegwerk en veel geleen van voetbalschoenen en hulpvaardigheid van de spelers onder elkaar en dankzij nog een paar 'zwarte' voetbalschoenen was het steeds mogelijk om met voetbalschoenen op het veld te verschijnen.
Zo ging Raptim opnieuw de competitie in. Twee elftallen en een handjevol juniores, in totaal 57 leden…..
Bülters, een speler uit het kampioenselftal van Heracles, zorgde voor de training en men werd kampioen dat jaar. Na de promotiewedstrijden mocht Raptim in de eerste klasse van de DVB uitkomen.
Enkele jaren later was het ledental inmiddels al de 130 gepasseerd en dat was een stap in de goede richting. Men ging de competitie nu in met 3 senior- en 3 junior elftallen. Financieel was men ook goed rondgekomen, men had zelfs nog een appeltje voor de dorst groot 175 gulden en 37 en een halve cent. En spelers die nog geen broekje hadden konden voor 1.95 gulden en 5 punten bij Herman Even, de schoenmaker, terecht!
Met de aardolie kwam in 47-er jaren versterking voor de Raptimgelederen. De BPM-ers sloten zich bij Raptim aan. Bekende namen zijn: Henk Schlaghekke, Joep Besselink, Bennie Welting, Johan Alink.
Ondank dat Raptim het moeilijk had om zich in de eerste klas DVB te handhaven bleef de vereniging groeien, wel met vallen en opstaan maar de vooruitgang was duidelijk. Belangrijk was het fuseren van SVC en Raptim. Voetballers van Steenwijksmoer, de Vossebeld en Coevorden werden nu verenigd in een sportvereniging de RKSV RAPTIM. Door de fusie steeg het ledental tot 181, 122 juniores en 59 seniores. De leiding van de juniores was in bekwame handen van meester Willem Neep.
Door het vertrek van Henk Hemel, Ger Lankhorst en Herman Sewüster naar Indonesië was het eerste elftal danig verzwakt maar men wist zich te handhaven.
Ook de geestelijk adviseurs volgden elkaar op, na pater Beckes kwam pater Castellijn en een ander groot probleem waren de velden waar nog al eens vaak van werd gewisseld. Van de Ballast naar de Loo, toen naar de Holwerd en vandaar naar Bosman aan de Looweg en tenslotte eindelijk naar de Pampert.
|